0573535D-369F-4D88-AA87-B25A65C34B28

Tempel 45, Iwaya-ji

Met een voorgevoel van ‘deze gaat bijzonder zijn’, wil ik de tijd nemen voor Iwaya-ji, tempel 45.

En dus laat ik m’n Hongkongse vrienden, na een wandeldag door de regen, in liefde gaan, als ze ‘nog even snel’ tempel 45 willen doen. Het voelt niet goed deze tempel snel af te vinken. Bij m’n guesthouse skip ik het ontbijt voor de volgende ochtend, zodat ik dan in alle vroegte en rust door de bergen Iwaya-ji kan bezoeken.

Om kwart over zes de volgende ochtend vertrek ik. Er hangt een mysterieuze mist in de bossen en tussen de bergen. De wereld is nog niet ontwaakt en af en toe stop ik om te luisteren naar de stilte. Ik loop langs oude wegwijzers en boeddhabeeldjes uit oude tijden. Het pad is pittig, maar goed te doen. 

Een eind voordat ik de tempel bereik, doemt voor mij een rots op met uitnodigende touwen om me naar boven te trekken. Ik klim erop en blijk beland te zijn op het pad van de zesendertig boeddhabeelden. Boven op deze rots staat een ervan.

Nieuwsgierig volg ik de rest van het pad dat omhoog en omlaag gaat met af en toe een klimmetje met touwen.

Ik passeer de oude graven van gevallen pelgrims. Die heb ik al vaker gezien langs m’n tocht, maar hier sta ik er pas goed bij stil. Dit zijn pelgrims uit vervlogen tijden toen er nog geen vendingmachines, wegwijzers en trappen op en langs het pad stonden. Wat voor ontberingen moeten zij hebben geleden? Hoe zijn ze aan hun eind gekomen? Ik weet wel dat áls het dan moest, dit een mooie plek is om voor altijd te blijven.

Ik ontmoet een strenge wachter die vlakbij een houten poort staat. Ik weet dat je in de tempel de sleutel van deze poort kunt halen, zodat je een bezoek kunt brengen aan de ‘moeilijke plek’.

Ik kijk op naar de rotsspleet waar tegenop ik moet klimmen. Ze glimmen van de regen die zachtjes is gaan vallen. Ik zie af van dit avontuur, tevreden met het loon dat ik ontvang op m’n pad.

De kleine poort van Iwaya-ji doemt even later op. Het tempelcomplex is nog verlaten. Als ik m’n kaarsjes heb ontstoken, m’n soetra’s heb opgezegd en alle handelingen heb uitgevoerd, begint in de hoofdtempel een monnik soetra’s te zingen als opening van de dag.


In mijn eentje sta ik te luisteren, geroerd, stil. Ik klim een ladder op naar een rots met uitzicht. Ik bezoek een meditatiegrot.

Nog één keer neem ik alles om me heen heel goed op. Deze tempel schiet m’n top twee van mooiste tempels binnen, mede door de aanloop er naartoe.

Als ik de tempel via de hoofdingang met honderden treden naar beneden verlaat, komen me hijgend en puffend autopelgrims tegemoet. Ik glimlach ze in mijn afdaling bemoedigend toe en gun ze net zo’n bijzondere ervaring als ik had.

Bijna beneden ontvang ik o-settai in de vorm van een zoet en warm gemberdrankje.

Nog negenentwintig kilometer te gaan naar de volgende tempel, maar mijn dag kan niet meer stuk. 

Zinzoeking-logo geoptimaliseerd

Leuk artikel? Deel het!

YOU MAY ALSO LIKE

Laat een reactie achter