B3BEAE4C-732C-4289-B1AD-0A3C5A3F4881

Geen woorden nodig

Een oude vrouw in het zwart gekleed houdt me staande op straat en geeft me vijfhonderd yen, een kleine drie-en-een-halve euro. Het is de derde keer deze ochtend dat ik o-setai ontvang. M’n host gaf me snoep mee, onderweg stopte een auto vol pelgrims die me een flesje drinken gaven. Geld heb ik nog niet eerder ontvangen. Ik bedank de vrouw en geef haar een naamstrook cadeau. Terwijl ik daar, zoals dat gebruikelijk is, m’n naam, adres en de datum opschrijf, begint de vrouw te zingen, de handen voor haar gezicht tegen elkaar. Ik schiet vol, en als ze me aankijkt, zie ik bij haar ook tranen. De blik die we wisselen gaat rechtstreeks ons beider harten in. Ze spreekt woorden die ik niet versta, maar wel begrijp. We buigen diep voor elkaar, en ik weet niet of het volgens de Japanse beleefdheidsvormen is toegestaan, maar ik geef haar een knuffel.

Het zijn dit soort ontmoetingen die van deze wandeltocht aan de andere kant van de wereld een pelgrimstocht maken.

Ik neem me voor om in de volgende tempel met dat geld m’n stempel te betalen, zodat die me altijd aan haar zal herinneren.

Die volgende tempel bereik ik niet vandaag. Gisteren bereikte ik na 75 kilometer (of in mijn geval dan zo ongeveer negentig) tempel 24, Hotsumisaki-ji, een tempel die pas eind negentiende eeuw door vrouwen mocht worden bezocht. Misschien vanwege de pittige klim? Na enkele dagen langs de vlakke kust, zit het venijn in de staart. Maar de beloning mag er zijn: uitzicht over de zee vanaf de kaap. De vuurtoren maakt het plaatje compleet.

Opgeladen wandel ik naar Shinshō-ji, tempel 25, vlakbij, maar met een aantal enorm steile trappen. Weer beneden ben ik blij dat m’n slaapplaats slechts op een paar meter afstand is. De hele dag zijn de zon en ik gelijk opgetrokken. Samen hebben we de kaap gerond. Als ik bij m’n slaapplek aankom, is de zon verdwenen achter de wolken, alsof haar leiding niet meer nodig was.

Vanochtend geniet ik van een bijzonder ontbijt, zoals ik gisteren een heerlijk diner genoot. Zó lekker, dat eten hier, ook al heb ik de nato (gefermenteerde sojabonen) en het rauwe ei gisteren bij het ontbijt niet (helemaal) opgegeten. Er zijn grenzen, vooralsnog.

In al deze kustplaatsen zijn havens waar ‘s ochtends de vissersschepen binnenvaren met verse vangst die ‘s avonds op m’n bord ligt. 

De wandeltocht brengt me vanochtend al vroeg bij Kongōchō-ji, tempel 26, een paar kilometer verderop. Als ik arriveer staat er een groep pelgrims te zingen. In het mooie ochtendlicht voelt het magisch. 

Het is al vroeg warm vandaag en nog voor het middaguur loop ik in m’n korte broek. Die warmte brengt helaas ook veel gewicht met zich mee. Alle kleding die ik nog vaak in laagjes over elkaar heen aanhad, zit nu in m’n rugzak, waardoor die wel twee kilo zwaarder is. Ik merk het vooral als ik moet klimmen. Toch eens uitzoeken wat de weersvoorspellingen op de rest van het eiland zijn, al vrees ik dat het de komende maand aan de noordkant van het eiland, met een bergketen ertussenin, nog wel fris kan zijn.

De rest van de dag wandel ik voort. Dertig kilometer. Een paar uur voor het eind, kom ik een medepelgrim tegen, een oude Japanner wiens pad ik al vaker kruiste. Samen lopen we op, zwijgend, omdat zijn Engels net zo beroerd is als mijn Japans. 

Inmiddels weet ik dat er geen woorden nodig zijn om je verbonden te voelen. 

We wensen elkaar ‘ganbatte’ bij het scheiden van onze wegen. Bij de volgende tempel zien we elkaar vast weer…

Zinzoeking-logo geoptimaliseerd

Leuk artikel? Deel het!

YOU MAY ALSO LIKE

2 reacties

  1. Jan Schutte op 8 maart 2023 om 11:49

    Margreet, wat ontzettend mooi om je te volgen! Wat een belevenis! Stiekem beetje jaloers..:)

    • MargreetBotter op 8 maart 2023 om 23:22

      Lieve Jan,
      Leuk dat je meereist! En het kan hè, het kan!

Laat een reactie achter